|
|
DE GANGEN VAN HET PAARDVoorwaarts in Stap en de 'hulpen'Een manier om je paard te laten lopen, is het tegen hem/haar te zeggen. En meestal werkt dat nog ook! Maar dat is nou net niet de bedoeling.... De hulpen, je benen, je zitvlak (ook wel 'kont' genoemd) en je handen, moeten het eigenlijk doen i.p.v. je stem.Hoe? Nou.... je neemt even veel druk in beide teugels, niet te veel, anders ga je naar achteren. En vervolgens druk je met beide benen, ter hoogte van de singel. (= de plaats waar je benen liggen als je netjes in het zadel zit) Dat is de kuithulp of beenhulp. Tegelijkertijd moet je je 'kont' naar voren duwen (zithulp). Zodra je paard naar voren wil, ietsje minder druk op de teugels. Let erop, in de stap, dat je handen meebewegen met z'n hoofd, zonder dat de teugels gaan 'klapperen'. Die zithulp is best lastig uit te leggen, maar ik ga het wel proberen. Ga op een stoel zitten met een gladde zitting en probeer jezelf 'weg te duwen' van die zitting. Zodat je 'kont' over de zitting naar voren glijdt. Probeer het daarna op een (gladde) kruk, want dan kan je je niet 'afzetten' tegen een rugleuning. Probeer het eens uit, en dan weetje wat ik bedoel (hoop ik). Nu is de moeilijkheid, op het paard, om tijdens zo'n beweging niet per ongeluk aan de teugels te trekken. Dus opletten dat dat NIET gebeurt. Als het allemaal (echt) goed gaat, voel je de 'kont' van paard 'omhoog' komen en gaat hij (of zij) naar voren. Drijven in StapMooi, je hebt je paard (nu even in gedachten) aan het stappen. In het begin, een beetje 'instappen', maar gaande weg wil je wat netter stappen. Want als je 'm niet helpt, dan 'sloft' hij/zij maar een beetje rond. Dus elke stap netjes begeleiden met je benen. Netjes, in het ritme van het paard, aandrijven. En als je het mooi wilt doen..... als z'n achterbeen naar voren gaat, dan leg je je been even aan. Bijv. gaat z'n linkerachterbeen naar voren, dan geef je met je linkerbeen een 'hulp'. Dan zal hij z'n linkerbeen verder neerzetten, dus een grotere stap maken. Maar hoe zie je nu wanneer z'n linkerachterbeen naar voren gaat? Dan gaat z'n linkervoorbeen naar achteren. En dat kan je zien door naar de schouders van je paard te kijken. Kijk maar eens goed naar het paardje aan de linkerkant.Volgende 'versnelling', de DrafOk. je wilt een andere 'gang'? Dan doe je eigenlijk het zelfde als in het begin (voorwaarts). Dus teugels netjes op druk houden, met beide benen aandrijven en 'die' zithulp. (van die stoel of kruk) Reageert hij niet, 'stevigere' beenhulp en/of een tikje met je karwats. Let op, tijdens de hulp de karwats gebruiken. NIET de teugels losgooien, want dan gaat hij wel harder (en valt dan misschien vanzelf in de draf), maar zo hoort het niet. Blijf de eerste passen doorzitten, ga daarna pas lichtrijden.Doorzitten in DrafDit is gewoon blijven zitten! Klinkt eenvoudig, maar valt best tegen, maar dat merk je straks wel! Een tip: ga voor je gevoel 'ver' naar achteren leunen (let er op dat je dan NIET aan de teugels gaat trekken!) Andere tip: maak je 'lang', dat voorkomt dat je je benen gaat 'optrekken'. Als je achter een ander paard zit, dat draaft, blijft jouw paard vanzelf wel mee-draven en dan kan je desnoods met 1 hand het zadel vastpakken.Lichtrijden in DrafGelukkig, het kan ook comfortabeler. Maar dit heb je ook niet 1-2-3 onder de knie. Het is gewoon het staan en zitten in het ritme van het paard. Het paard helpt je daarbij, elke keer als je 'omhoog' wordt geduwd ga je staan en even later laat je je weer netjes in het zadel zakken. Gebeurt dat in het juiste ritme, gaat dit zonder het 'klapperende' geluid.Maar al heb je het juiste ritme te pakken, dan kan dat nog steeds fout gaan. Want je kan namelijk lichtrijden 'op het verkeerde been'!. Als je in de rijbaan je rondes draait, bijv met de klok mee, dan rij je op de rechterhand (rechtsom). Dan is het de bedoeling, dat je gaat 'staan', als z'n linkervoorbeen naar voren gaat (kijk naar je paard z'n schouder). En als je 'andersom' gaat rijden (= van hand veranderen), moet je ook 'van been wisselen'. Dat komt er op neer dat je 1x blijft doorzitten. Dus, je rijdt nu linksom door de rijbaan, rechtervoorbeen naar voren -> staan. Makkelijker te onthouden: Buitenvoorbeen naar voren -> staan. Het Buitenbeen is het been dat langs de muur/hek van de rijbak beweegt. In het begin moet je je maar concentreren op het ritme van staan en zitten, later ga je controleren of je op het 'juiste been licht rijdt'. Overigens, door op het juiste been 'licht' te rijden, maak je het wat makkelijker voor het paard, om door 'de bocht' (= wending) te gaan. Galop!Nu wordt het leuk, de galop. (Pas aan beginnen als je een beetje aardig kan doorzitten) Want, voor de juiste galop hulpen moet je nl. kunnen doorzitten. Bij de galop heb je de linker- en rechtergalop. Op de linkerhand (= linksom door de rijbaan rijden) vragen we galop links aan.Linksom, linkerhand, dus buitenbeen is het rechterbeen! ( ik stap nu over op de begrippen buitenbeen en binnenbeen). De hulpen op een rijtje:
En je blijft natuurlijk zitten! De achterbenen zijn de motor van het paard. Grof gezegd zitten z'n voorbenen er alleen maar onder, om te voorkomen dat het paard op z'n 'snufferd' valt. De teugels hebben een begrenzende werking. Drijf je aan (met je beenhulpen), waardoor het paard z'n achterbeen verder naar voren zet en je begrenst 'm met je teugel, zal hij z'n achterbeen hoger optillen i.p.v. verder (=verzamelde stap/draf/galop). Met minder teugeldruk. zal het paard z'n achterbeen verder naar voren zetten (=uitgestrekte stap/draf/galop). Het is dus een 'spel' tussen aandrijven en begrenzen. Nou dat was dan in het kort de theorie. Klim in het zadel en ga het allemaal maar eens 'uitproberen'. Doe dit wel onder begeleiding van een instructeur. Dit is zeker niet ALLE theorie, maar dit alvast een beginnetje.......
|